Op 14 en 15 oktober jl. verzorgde het KCMA workshops tijdens de lunchbijeenkomsten van ‘broodje Ethiek’ in de Ziekenhuisgroep Twente. De workshops stonden in het teken van de presentiebenadering en hadden als thema: ‘de zorg: onze zorg?’ Uitgangspunt waren de vragen: wat doe je, wat wil je en wat lukt niet? De inventarisatie van praktijkervaringen werden vervolgens verbonden met de presentiebenadering.
De aanwezige deelnemers hadden uiteenlopende beroepen binnen het ziekenhuis: o.a. van cardioloog, logistiek leidinggevenden, verpleegkundige tot secretariële medewerkerster. De presentiebenadering gaat ervan uit dat ieder op zijn en haar plek presentie kan uitoefenen.
Presentie betekent letterlijk: aanwezigheid. Daarbij gaat het niet om een extra taak die erbij komt maar om een intensiteit in aandacht. Die intensiteit geeft juist ruimte, heel veel ruimte. Vooral mentale ruimte.
Er werd een klein voorbeeldje gegeven over het effect daarvan binnen de spoorwegen. Binnen de spoorwegen is er in de loop van de jaren een omslag in beleid gemaakt. Voorheen kon je zomaar midden in een weiland tot stilstand komen zonder te weten wat er aan de hand was. Dat zorgde altijd voor veel onrust. Een paar jaar geleden is het standaard geworden dat een conducteur even omroept wat er aan de hand is en (formeel) zijn excuses maakt voor het ongemak. Een dergelijk bericht zorgt voor rust; de vertraging wordt er niet minder door, maar wel beter te accepteren. Vervolgens kwamen de deelnemers van de workshop zelf met praktijkervaringen:
Casussen.
Een eerste hulppost in het weekend: druk en toch ziet een verpleegkundige de angst in de ogen van de patiënt en ze geeft hem de ruimte om zijn angst te benoemen.
Een cardioloog klaagt dat hij zo goed mogelijk present probeert te zijn maar in een gesprek vaak geïnterrumpeerd wordt door collega’s voor advies. Hij moet zijn aandacht teveel verdelen en denkt dat het aanstellen van meer radiologen presentie kan bevorderen.
Een verpleegkundige loopt haar afdeling over om de patiënten te vertellen dat zij nu dienst heeft. Het blijkt effectief: wanneer ze dat doet wordt ze minder gebeld door patiënten dan wanneer ze het niet doet.
Vanuit de praktijkervaring werd een verbinding gelegd met de presentiebenadering. Aandacht voor mensen creëert aandacht van mensen. Dat kan in het klein en dat is ook de reikwijdte van het bespreken van de presentie binnen het ‘Broodje Ethiek’. Wanneer het op de werkvloer niet kan worden uitgeoefend moet het op managementniveau aan de orde worden gesteld.
Hoe ziet presentie er in het klein uit? Allereerst werd de ruimte gedefinieerd waarbinnen het zich afspeelt. Presentie speelt zich af in de tussenruimte tussen mensen. De volgende twee vragen werden verder uitgewerkt. Hoe ziet die tussenruimte eruit?
Hoe maak ik optimaal gebruik van de tussenruimte tussen 'ik en de ander'?
Tot slot werden er drie kernactiviteiten in die tussenruimte verder uitgewerkt. Het creëren van aandacht kan door:
Oogcontact: ‘de ander tevoorschijn kijken’, zonder in de huid van de ander te hoeven kruipen.
Luisteren: ‘de ander tot spreken horen’ zonder je overvraagd te voelen.
Vertrouwen: je kunnen verbinden met een netwerk van collega’s en de krachtbronnen van patiënten.
De deelnemers werden gevraagd wat hen opviel aan deze activiteiten. Ze zijn stil, ontvangend en verbindend. De workshop werd afgerond met een verduidelijking dat deze kleine stappen in presentie je brengen tot begrip en mededogen die je terugbrengen naar je oorspronkelijke roeping.
e-mail uw reactie naar Mirjam Schuilenga, consulent bij het KCMA


