Mirjam Schuilenga, MA-consulent van het KCMA recenseert het boek Ontwikkeling en evaluatie van een cursus bidden als interventie in de geestelijke gezondheidszorg. Auteur is theoloog Peter de Rijk die vanaf 1989 verbonden is als geestelijk verzorger in een psychiatrisch ziekenhuis waar hij een promotieonderzoek verrichtte naar vragen om gebed.
UTP katern 28, 2010 - Uitgeverij: Eburon www.eburon.nl - ISBN 978 90 5972 4440 - Prijs: €15,00 - 229 pagina’s
Recensie
“Wilt u nu bidden?” Vrijwel dagelijks vroegen patiënten in het psychiatrisch ziekenhuis aan hem om met of voor hen te bidden. Patiënten vragen om hulp bij bidden en de literatuur wijst uit dat bidden bij uistek de vorm is waarin individuen in een geseculariseerde samenleving religie praktiseren. Psychiatrische patiënten voelen zich beter als ze geleerd hebben hoe ze kunnen bidden. Bidden helpt hen ook bij het hanteren van problemen. In de cursus die De Rijk ontwikkelde heeft God wel een plaats, maar wordt de invulling van de godsvoorstelling opengelaten, zodat iedereen mee kan doen.
Het onderzoek is een mooie aanvulling en een eigen invulling ten opzichte van de hedendaagse onderzoekspublicaties op het terrein van Mindfulness. Mindfulness wordt meestal aangeboden in de ambulante zorg. De primaire doelgroep zijn patiënten met terugkerende depressies. De cursus bidden in dit boek werd ontwikkeld in de transmurale zorg voor chronisch psychiatrische patiënten.
De overeenkomst is dat zowel oefeningen in mindfulness als oefeningen in bidden het welbevinden van patiënten binnen of buiten zorgmuren bevordert. In beide interventies heeft ‘zelfexploraties’ een grote plaats. De uitwerking is echter verschillend: Mindfulness gaat uit van een cognitieve therapie waar het gaat om het eigen maken van vaardigheden in zelfredzaamheid. De meditatieoefeningen binnen mindfulness zijn gebaseerd op meditaties uit de boeddhistische traditie.
De cursus bidden biedt ook vaardigheden aam maar meer op het terrein van jezelf toevertrouwen aan een tegenover. Het gaat daarbij niet om het inoefenen van levenskunst maar om het uithouden van gebrokenheid door je te wenden tot een tegenover voor troost en bemoediging.
Het boek is interessant als vakstudie voor ingewijden. Voor de geïnteresseerde leek zijn met name de hoofdstukconclusies, de werkdefinities, de terugblik, discussies en nabeschouwing interessant en de bijlage met daarin de cursusonderdelen. De kracht van dit onderzoek zit in de grondvraag van de patiënten zelf. De auteur neemt de patiënt tot uitgangspunt. Voor iedereen die geïnteresseerd is in geestelijke gezondheidszorg vanuit de vragen van patiënten zelf is dit een waardevolle studie, ook voor de lezer die zelf geen affiniteit heeft met een godsdienstige levensbeschouwing.
Mirjam Schuilenga


